zaterdag 27 juli 2013

Ontspannen is inspannen I

Een misbaksel, ne zwartgeblakerde pot van vier los aan elkaar geknoopte, neen gelijmde scherven: triviaaltjes die ge in uw handen warmkneedt en boetseert tot verklaringen waarmee ge eer en aanzien, omkijken en bewondering hoopt te behalen, maar waarin er van uzelf niet veel meer overblijft dan de naargeestige contouren van een schim, dien het nog niet naargeestig genoeg is en zich verschuilt achter de nog schimmigere schim van een klein ventje op veel te korte beentjes, dat al lang dood is, en begraven.

Proloog: Het minste geringste grijpt u aan


Ge zit aan uw bureau op de stadsadministratie van M., maar ge zijt niet tot werken in staat. Uw geest jakkert alle kanten op, ne zotte kop vol chemie - of is dat uw hart? – bonk! bonk! bonk! tegen de isoleercel die uw schedel is - in het andere geval uw borstkas… uw keurslijf. "Stoer vanbuiten", zegt de eerste die het is opgevallen en u heeft uitgehoord over uw gemoed – stoer?, waar gaan de mensen u nog allemaal van betichten? – "maar met een peperkoeken hart". En de tweede ziet het u ook aan en zegt het de eerste na, enzovoort… enzoverder…

Dus toch uw hart. En is het van peperkoek, dan wordt ge eens om de zoveel dagen gewaar dat er stevig aan geknabbeld wordt. Zoals vandaag. Zoals wanneer ge niet bij komt van al dat schoons in de wereld… wanneer ge er niet bij kunt hoe ze al dat schoons aan stukken kunnen rijten... wanneer dus het minste geringste u aangrijpt, ook al is het schoon, ook al is het lelijk... Of omdat ge zelf nimmer aarzelt wat van de peperkoek met een ander te delen om de last die ge meedraagt te verlichten, maar het daarna nog altijd voelt knagen, want het minste geringste is voor een ander toch maar bijzaak… En hetzelfde met de kruimels en de spoorkes kaneel die ge al heel uw leven lang op een hoop loopt te vegen en altijd weer opnieuw in het rond strooit, en altijd zonder nadenken en nog vaker wanneer ge rondloopt met een stuk in uw voeten… En ten langen leste omdat het énige dat ge met uw deelzaamheid wilt bereiken - en ge zijt ontzet, want ge zijt nu voor deze ene keer eens eerlijk tegen uzelf – is dat men van uw peperkoek proeft en blijft proeven…. En omdat ge stoutmoedig wordt wanneer ze u om het recept van uw peperkoek bidden en ge dan haastig vanachter uw heetgeblakerd fornuis komt geschoten voor ne rondgang langs de hoog opgetaste rekken van uwe ziel… En omdat ge daar dan zo in opgaat dat ge zelfs vergeet te vragen, neen, er al van in den beginne niet aan gedacht hebt te vragen - ongelikte eenzelvige commercant die ge zijt! - halvelings voor uwe neus weg, dat is: beleefdheidshalve, al was het maar dit: "En wat bakt gij er zoal van?".

Hier begint ge nu toch op door te peinzen, hoewel zopas nog iets anders door uw hoofd spookte, maar dat ge ondertussen willens nillens al een stap verder hebt overdacht en ondertussen zijt vergeten. Nog een stap en ge begint gegarandeerd te twijfelen aan het nut van al dat in beeldspraak gebakken koekebrood! En dan staat ge daar met uw mond vol peperk… euh… Maar ge gaat zo ver nog niet, want waar uw hart vol van is, daar stroomt u de mond gestaag van over - als het van uw maag zou opspelen, slikt ge dat toch ook niet opnieuw terug door? Of van de andere kant bekeken… laat maar, het zal wel al lang goed zijn zo!

Ge pakt snel al uw dwalende gedachten bijeen en peinst verder, want ge bedenkt dat ge de receptuur van uwe peperkoek toch niet kunt laten ontfrutselen door de eerste de beste? Toch ook niet - en het is dan vooral - als u vanachter een stel wonderlijke gebroken ogen een suikerhuiske voor den afzet van uw commerce verschijnt? Herinnert u op tijd dat sprookske, dat zoet begint, maar bitter eindigt, waarin elk zich aan beider ontroostbaar- en onontkoombaarheid vastklampt en spijzigt…. en vult aan met wat ge nog maar kortelings in dien trant hebt geschreven: "En van de akker tot aan de molen hobbelt en botst uw kar over de kaduke kasseien, en ge merkt al eens dat ge niet bij hebt waarmee ge vertrokken zijt, en eens kijkt ge achterom en ziet dat de vogels er mee gaan vliegen, met uw koren of het is al gelijk, waarop die vlerken u uit dank, om het u zo te zeggen, een oog onderschijten."

3 opmerkingen:

  1. Dit is geweldig.
    Ik wil het "rebloggen"/aanraden, maar durf niet goed. Het mag niet.
    Dit is J. Ik kan J. niet aan iemand aanraden, want dan raad ik de Geweldige Peperkoek aan en komt iedereen stukken van je afbijten of je zelfs kopen.
    Dus ik doe het niet.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Of zou ik het wel doen? Het staat al voor een stukje op je tumblr... Dan reblog ik gewoon dat stukje en de rest moeten ze zelf maar lezen, dus dan wordt het aantal qua publiek kleiner en dat is enigszins positief, om dezelfde reden als ik hierboven aanhaalde.
    Laat het me weten wat je ervan denkt.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. koren, peperkoek.. ik ga verder lezen.

    BeantwoordenVerwijderen